Peukparia’s
Susanne Piët

Is gezondheidsbeleid ook altijd gezond beleid?

Nu het anti rookbeleid tot een Europa-breed veto, ook in bedrijven, winkels en horeca, hebben geleid, krijgt het stadslandschap een ander uiterlijk. Van Amsterdam tot Parijs, raken afgebakende percelen trottoirs bedekt met een nieuw tapijt van sigarettenfilters en peuken. Vooral buiten ziekenhuizen. Geregeld zie je in de gevelschaduw van de bleke winterzon, de bibberende ineengedoken gestaltes van de nieuwe werkmelaatse, besmuikt naar de grond kijkend, steevast, zelfs bij temperatoren rond nul, zonder jas. Soms staan ze bij een peukpaal. Soms in een hok, waar de rook zo meedogenloos wordt weggezogen dat je maar mag bidden dat je niet een rokende toupetdrager bent. De deerniswekkende aanblik van die fletse peukparia’s roept alle moederlijke gevoelens wakker in mij, toch zelf al decennia lang een niet-roker. Kindje, ga je das halen. Straks krijg je in plaats van longkanker gewoon een longontsteking.

Het bannen van de roker moet, vinden de ridders van normen en waarden, in de strijd tegen de terreur van de kanker, ter bestrijding van de kosten van het ziekteverzuim en de gezondheidszorg.

Over de toekomst van de longen zelf heb ik zoals gezegd al mijn twijfels, maar ook over de resterende gezondheidsopbrengst van deze nieuwe segregatie houd ik, in weerwil van de ogenschijnlijk aperte logica, mijn hart vast. Niet zelden zie je gedoodverfde verslaafden met grote heftigheid reageren op ogenschijnlijk onschuldige issues in vergaderingen, vermoedelijk omdat ze bij gebrek aan sigaret iedere aanleiding gebruiken om zelf te ontsteken. Waarna ze de afkoelpauze gebruiken om buiten te bevriezen met twee warme vingers en ongetwijfeld verhoogde bloeddruk. De betekenis van burnout krijgt zo nieuw leven ingeblazen. Is dat gezond voor henzelf, de werksfeer en de voortgang tijdens vergaderingen?

Interessante inbreng vormt ook een recent gepubliceerd onderzoek, uit de resultaten waarvan zou blijken dat niet-rokers ook snellere denkers zijn dan rokers. Ze zouden sneller kunnen schakelen en sneller kunnen beslissen. Maar ook hier wil ik nog een reserve inbouwen.

Want hoe zou het verschil in denktempo tot stand worden gebracht? Scherp in mijn geheugen gegrift staat het experiment dat ooit in een satirisch Brits televisieprogramma ten uitvoer werd gebracht. Hypothese: roken is slecht voor je gezondheid, maar je kunt nog sneller sterven door een drukke verkeersweg over te steken. Aan de rand van een drukke verkeersweg werden dus twee proefpersonen geposteerd. Beiden gestoken in een witte overall. De een was een roker, herkenbaar aan het symbool van een sigaret op de rug, de ander duidelijk een niet-roker: het symbool was met een rood kruis doorkrast. De instructie luidde dat beide deelnemers de weg moesten oversteken zodra een startschot was gelost. Het schot klonk en meteen zag je de niet-roker, de snelle beslisser dus, op weg gaan. De roker stak voor hij de weg betrad daarentegen nog even een sigaret op en was metterdaad dus zoveel trager dat hij nog aan de rand stond, op het moment waarop je als toeschouwer het oorverdovend lawaai vernam dat gepaard ging met de aanrijding van de niet-rokende proefpersoon. De hypothese was bevestigd.

Wat mij betreft met de toevoeging: vertraagd denken, al was het maar in gezelschap van een verse sigaret, kan levens redden. Gezond beleid is een, gezond verstand twee. Mag moeders intussen vragen om behoorlijk onderdak en herintegratie van de peukparia in onze werkende samenleving?

Terug naar archief