Finance & Control - Prestatieloon
Susanne Piët

In tijden waarin oorlogen dreigen, werkeloosheid gaapt, koopkracht slinkt en verzekering van pensioenen problematisch wordt, vormen jaarverslagen nog interessantere lectuur dan normaal. Zoals NRC-handelsbladcolumnist Wynold Verwey in februari snedig opmerkte, gaat ons aller aandacht uit naar het bonussenbeleid. Een begrip dat hij vereenzelvigt met de beloning die afhankelijk is van de prestaties van het topmanagement. Een logische definitie, maar ook discutabel.
Want zijn we het wel eens over de definitie van Prestatie Topmanagement? Je kunt kijken met de ogen van de financiele man of vrouw, of met de ogen van de gewone man of vrouw. Beiden zijn voor een psycholoog van belang. Scherp aan de orde is welke ontwikkeling vandaag de dag van belang wordt geacht voor de onderneming.
In de loop van de geschiedenis is de definitie van prestatie steeds meer bepaald door de successen op de beurs. De topmanagers toucheren hun bonussen. Soms nemen zij zelf niet eens aandelen in hun onderneming. Geloven zij er zelf niet meer in? Daarheen richt zich ook de aandacht van de media. Daarheen richt zich ook de aandacht van managementteams, directies en raden van bestuur. Daarheen gaat ook de aandacht van de gewone burger. Er bestaat ongetwijfeld ook een wisselwerking.
Dat het accent voor prestatie daar valt is niet zondermeer vanzelfsprekend. In het begin van de industrialisatie huldigden verschillende topmannen het principe dat je eigen personeel ook je markt was en dus koopkracht vertegenwoordigde en garandeerde. Het personeel van Henry Ford moest een auto kunnen kopen. Er moest ook continuiteit van je bedrijf dus in de ontwikkeling van het personeel zitten, daarom zorgden bijvoorbeeld de Lever Brothers en de directie van Gist Brocades voor hun personeel met zelfs een compleet dorp (nog steeds staaltjes van interessante architectuur, gaat dat zien in England of in Delft).
Er is ook een periode geweest waarin ondernemingsraden en vakbonden belangrijke invloed uitoefenden op beleid, medewerkers golden nog als kapitaal (nu doen ze dat pas als ze ontslagen zijn), arbeidsrecht was iets waar je trots op was. Daarna volgde de periode, waarin de klant de richtlijn voor beleid leverde, en dan bedoel ik dus niet de aandeelhouders, zoals nu. Het werd in een bepaalde periode ook als prestatie van management onderkend om personeel te motiveren en te ontwikkelen, om relevante bijdragen te leveren aan de maatschappij, of om met grotere trefzekerheid klanten te bedienen.
Tegenwoordig geldt het kennelijk als de hoogste prestatie om hoge koersen voor aandelen neer te zetten op de internationale beurzen, om hoge en steeds meer groeiende winsten te portretteren (hoezeer financiele experts daarvoor ook met cijfers moeten goochelen) en veelbelovendheid te communiceren. Dat alle grote bedrijven daarvoor op grote schaal medewerkers ontslaan en dienstverlening afknabbelen, drukt niet direct op hun portefeuille, maar wel op de gemeenschap. Daar hebben de prestaties van de topondernemers niets mee te maken?
Is een visie, maar niet de mijne. Het economisch klimaat, de koopkracht en het sociaal perspectief worden sterk beinvloed door deze eenzijdige prestatiedrang. Niet alleen Nederland BV heeft zich gedragen als een bedrijf met vette beurs en grote uitverkoop formule dus geschikt voor overname, ook de deelnemers hebben potverteerd en niets onderhouden of geinvesteerd.
In de krant kan iedereen lezen over afnemende resultaten, slinkende koopkracht, groeiende staatsschuld, zorgelijke ziekenzorg- en onderwijspositie, toenemende armoede, en stijgende werkeloosheid. Ze kunnen ook lezen over de woekerende populariteit van de snelle prive-jet, de patserbakken (citaat uit krantenkop) en de massale uittocht van pensionado kapitaal.
Optie-gefeteerde ondernemers spreken hun zorg uit over de afnemende kwaliteit van hun personeel, het gaat niet goed met de kenniseconomie en in het land van nobelprijswinnaars promoveert niemand meer in een wiskundevak, de Europese markt slinkt, en ze dreigen dan ook met uitwijken naar het buitenland, lees Azie. Alle beursprofiteurs hebben emotionele intelligentie (is gelijk aan: kunnen niets behalve succesvol netwerken). Ze lezen ook de krant en zijn in toenemende mate zowel beurshandelaar als consument.
Communicatie is een vak, maar niet van goochelaars. Hoe lang valt dit allemaal in die jaarverslagen nog te verkopen?

Terug naar archief